Documentation

Letters

-Search for letters
-Search in texts

Manuscripts

Editions

Links

Contact

C18

Link: linnaeus.c18.net/Letter/L0219 • George Clifford to Carl Linnaeus, 23 November 1737 n.s.
Dated 23 November 1737 n.s.. Sent from Hartecamp (Netherlands) to (). Written in Dutch.

Hartecamp, 23 November 1737 n.s.

Myn Heer

Uyt UwelEd missive van 13 deser hebbe gesien d Heer LawsonLawson, Isaac (?-1747).
British. Scottish botanist and
physician. Correspondent of Linnaeus.
aan UwelEd gesegt heeft dat ik my beklaagde over de behandelinge die UwelEd met my gehoude had ontrent desselfs vertreck. ik meene daar waarlyk reden toe te hebbe, van my op so een sinisterlyke manier om den tuyn te leyde daar UwelEd my segt dat direct uyt het Land soude gaan en UwelEd reeds aan andere gesegt had dat geengageert waart om hier te blyve en my maar wat wys maakte. ik hadde waarlyk niet gedagt sulks by UwelEd verdient te hebbe, dewyl ik niet weete of hebbe UwelEd op alle maniere genereus en voor de vuyst getracteert waarvan ik de herinnering aan UwelEd selfs overlaat en of ik UwelEd selfs niet geraaden heb om dese winter te Leyden te blyve om de Lessen van de Professor BoerhaaveBoerhaave, Herman (1668-1738).
Dutch. Professor of medicine, botany and
chemistry at Leiden. One of the most
influential professors of medicine of
the eighteenth century. Linnaeus visited
him during his stay in Holland.
Correspondent of Linnaeus.
te hooren op dat UwelEd sig so wel in de Medicine als in de Botanie soude bequaam maake, want er meerder professoraten in Medicine als in Botanie waare en UwelEd dan tot beyde capabel soude syn en wat offertes ik UwelEd daarontrent gedaan heb. had UwelEd nu sulke conditie bekoome omdat sonder my te doen, sulks was my deste aangenamer, want kan wel voor God betuyge dat ik nooyt iets anders als UwelEd beste en dat het UwelEd wel mogte gaan betragt en gewenst heb, hebbe ik dan daardoor sulks verdient? ik segge nogmaal ik laate sulks aan UwelEd eyge overdenkinge. ik voor my ik blyve deselve en het berouwe my noog t goed gedaan te hebbe en laate de erkentenisse daarvan aan de genereusiteyt van die geene die het ontfangen heeft over. gelieft UwelEd te toone hetgeen in desselfs laaste missive schryft. het sal my aangenaam syn en ik sal toone dat ik ben
Myn Heer
UwelEd dienstwillige dienaar
George Clifford

upSUMMARY

Referring to a letter of 13 November [1737], George Clifford defends his complaint about Isaac Lawson’s departure, as reported to Linnaeus by Lawson himself. Clifford accuses Linnaeus of having deceived him with the information that Lawson was leaving the country immediately; to others he had said that arrangements had been made for Lawson to stay and that he was just misleading Clifford. Clifford feels that he does not deserve such treatment, appeals to Linnaeus’s sense of fairness and reminds him of the support and helpful advise he has given him. As an example of this, Clifford brings up the suggestion he made to Linnaeus to attend Herman Boerhaave’s lectures in Leiden, something which would add to his knowledge in both medicine and botany. Consequently, Linnaeus’s chances of a professorial appointment would be increased, as there are more professorships available in medicine than in botany. Clifford stresses that this was a completely unselfish suggestion; nothing would please him more than if Linnaeus were to obtain such a position without his help.

upMANUSCRIPTS

a. original holograph (LS, III, 57-58). [1] [2] [3]